E-mailen is tegenwoordig
al bijna net zo gewoon als bellen. Afspraken maken, roddelen, vertellen
wat je die dag hebt meegemaakt: bijna alles gaat via de mail. Als je
vanuit je huis e-mailtjes verstuurt is er niets aan de hand, maar mag je
eigenlijk vanaf je werk privémailtjes versturen? Of is dat voor je baas
een geldige reden om je te ontslaan? Jacco de Boer werkte op een gemiddeld
grote afdeling bij een accountantsbureau. Op een gegeven moment werd hij
ziek en toen hij terugkwam op kantoor werd hij door zijn chef op het matje
geroepen. Zijn chef was erachter gekomen dat Jacco privémailtjes vanaf
zijn werk had verstuurd en dat was voor zijn baas een reden om hem te
ontslaan. Jacco wist dat intensief gebruik van internet en mailverkeer
voor privézaken verboden is, maar het versturen van een paar mailtjes leek
in de ogen van Jacco heel onschuldig. Toch was dit voor de baas van Jacco
een reden om hem op staande voet te ontslaan. Maar mag dat zomaar?
Feit: Ontslag op staande voet is wel heel drastisch. Internet en
e-mail behoren nu eenmaal tot de moderne communicatiemiddelen. Daarom zal
een werkgever moeten accepteren dat zijn werknemers enige privécontacten
onderhouden onder werktijd, zoals ze ook wel zakelijke gesprekken thuis
zullen voeren. Het gaat om de mate waarin je op je werk privé met e-mail
of internet bezig bent. Als je even een mailtje stuurt om de afspraak die
je ‘s avonds met een vriend hebt te bevestigen, moet dat kunnen. Iets
anders wordt het als je uren achter elkaar aan het mailen bent met
vrienden en kennissen.
Jacco was niet uren achtereen aan het mailen,
maar stuurde er slechts een paar. Bovendien leed zijn werk niet onder het
versturen van die privémailtjes. Daarnaast begon Jacco’s chef over de
inhoud van de mailtjes. Maar mag een baas eigenlijk wel de privémails van
zijn werknemer lezen? Er bestaat toch ook nog zoiets als de wet op
privacy?
Feit: Er bestaat inderdaad de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze
wet bepaalt dat gegevens in overeenstemming met de wet en op behoorlijke
en zorgvuldige wijze moeten worden verwerkt. Het gevolg van deze wet voor
het lezen van e-mail door de werkgever is dat hij vooraf moet bepalen
waarom hij de e-mails wil gaan lezen. De werkgever moet vervolgens een
belangenafweging maken tussen zijn belang om het eventuele misbruik te
onderzoeken en het recht op privacy van de medewerker. Van de
registratiekamer (dat is nu het College voor Bescherming Persoonsgegevens)
is het advies gekomen om werkgevers een gedragscode op te laten stellen
die inzichtelijk is voor medewerkers. In zo’n reglement staat beschreven
wat wel en wat niet mag m.b.t. van bijvoorbeeld privémail versturen. Bij
vermoeden van misbruik door de werknemer kan de de werkgever dan
controleren.
Jacco heeft genoeg reden om zijn ontslag aan te
vechten. Hoe kan hij dat het beste doen?
Feit: Jacco kan in dit geval het beste juridische hulp inschakelen. De
zaak zal dan voorkomen bij de kantonrechter en die zal dan bepalen of de
handelswijze van Jacco zo ernstig is geweest dat het een ontslag op
staande voet rechtvaardigt. Maar omdat Jacco bijvoorbeeld nooit eerder een
waarschuwing heeft gekregen, is de kans klein dat zijn ontslag door de
kantonrecher terecht bevonden wordt.